maandag 31 maart 2008

Welcome to Jo'burg!



‘Welcome to Johannesburg Imke’. Dat staat er op bij aankomst in mijn nieuwe huis op het krijtbord in de keuken. Welkom in de grootste stad van Zuid-Afrika, en de grootste stad van Afrika ten zuiden van Lagos. Welkom in de stad die haar bestaansrecht dankt aan het goud van de Witwatersrand en ooit trekpleister was voor honderdduizenden goudzoekers. Nu heeft ‘the City of Gold’, Jo’burg, Jozi of eGoli met zijn circa acht miljoen inwoners vooral een grote aantrekkingskracht op iedereen met ambitie, en op arme Zuid-Afrikanen op zoek naar werk en een toekomst.

Mijn rit van het Oliver Tambo vliegveld naar mijn nieuwe woning in Auckland Park roept in eerste instantie vage beelden op van mijn bezoek aan de stad in 2002. De skyline met zijn wolkenkrabbers, de brede wegen en de grote afstanden. ‘Het New York van Afrika’ typeerde journaliste Elles van Gelder de stad recentelijk in een van haar artikelen. De stad doet in eerste instantie inderdaad Amerikaans aan.

Maar het is toch echt Zuid-Afrika waar ik ben beland. Dat verraden de verkopers aan mijn autoraam, de ‘black taxis’ met hun roekeloze rijgedrag, de Afrikaanse teksten op de bussen (‘bij nood stamp die ruit uit’), en het Zulu en Xhosa (of een van de andere 11 officiele talen van Zuid-Afrika) dat ik om me heen hoor. Het geeft iets weer van de sfeer waarin ik me de komende zeven maanden ga begeven.

‘Haves’ en ‘have nots’
Een sfeer bepaald door grote tegenstellingen waaraan ik de eerste week nog erg moet wennen. Waar ik tijdens mijn verblijf als student op het Peninsule Technikon in Belville (bij Kaapstad) in 2002 een van de weinige blanke studenten op de universiteitscampus was en me voornamelijk bevond tussen studenten afkomstig uit de township Kayalitsha, maak ik als werkende ‘expat’ ineens veel nadrukkelijker deel uit van de rijke(re), nog steeds voornamelijk blanke, klasse.

Het zijn de immense tegenstellingen tussen de ‘haves’ en ‘have nots’ die de oorzaak vormen voor de enorme criminaliteit in Johannesburg en de bijna panische focus op veiligheid. De wijk waarin ik woon, bestaat uit huizen achter hoge muren met prikkeldraad. Mijn eigen huis heeft tralies voor de ramen en een geavanceerd alarmsysteem. In het donker alleen over straat wordt afgeraden.

Ook als ik overdag door mijn straat loop, kom ik bijna nooit iemand tegen (gelukkig bevindt de levendige wijk Melville zich letterlijk bij mij om de hoek, waardoor ik me in no time tussen de mensen begeef). Lopen is sowieso een zeldzaamheid in deze stad. Niet zo vreemd, want de afstanden zijn groot en Johannesburg kent niet echt een centrum. De bars, restaurants en culturele activiteiten bevinden zich in verschillende suburbs, veelal verstopt in grote shopping malls. Iedereen die het zich kan veroorloven doet dan ook alles met de auto.

Minibusjes
Degene zonder auto, voornamelijk het ‘gekleurd’ deel van de Zuid-Afrikaanse bevolking (en rijbewijsloze personen zoals ik) zijn aangewezen op het systeem van minibusjes. Een systeem dat chaotisch aan doet, maar een feite een ingenieus public transport netwerk vormt. De ontelbare Toyota busjes hebben allemaal hun eigen route en de verschillende bestemmingen hun eigen teken (je wijsvinger opsteken betekent dat je naar town wilt, je middelvinger omlaag brengt je naar de northern suburbs).

Vervoer per minibusje is goedkoop en makkelijk, je loopt naar de straat en houdt er een aan. Geen vaste tijden en lang wachten is er niet bij. Daarnaast is het minibusjescircuit een verademing in vergelijking met de geisoleerde sfeer van shopping malls, grote huizen en dure auto’s waarin ik me toch enigszins verloren voel.

Jo’burg vibe
Het is zo'n eerste week dus vooral wennen, maar langzamerhand begin ik de stad een beetje door te krijgen en iets te voelen van de ‘Jo’burg vibe’ zoals mijn hoofdredacteur bij de Mail&Guardian die bij mijn aankomst steekwoordsgewijs beschreef: een ‘melting pot’ van verschillende nationaliteiten en culturen, een enorme energie, de meest gemixte en vooruitstrevende stad van Zuid-Afrika, daar waar alles gebeurt. ‘It’s this typical ‘Jo’burg vibe’ that makes the city so interesting’.

Mijn bezoek aan de township Alexandria uitkijkend op de rijke noordelijke suburb Sandton, mijn wandeling door het City Centre, mijn bezoek aan de Market Theatre en Melville’s seventh street - met zijn vele jazzcafeetjes, de bars en restaurantjes - laten mij deze eerste week al iets voelen van deze ‘Jo’burg vibe’. En maken dat ik de stad hoe langer hoe meer ga waarderen!

En ja, de Zuid-Afrikaanse stad waar het allemaal gebeurt: wat wil een journalist nog meer? Aan het werk dus, morgen (1 april) mijn eerste officiele werkdag!